19-10-2017

Een reis om de wereld op zoek naar God

Frans Krijgsman groeit op in een christelijk gezin, maar heeft zelf niets met het geloof. Rond zijn twintigste trekt hij de wereld in. Hij vlucht weg van de leegheid in de consumptiemaatschappij en gaat op zoek naar de zin van het leven. Na een jarenlange zwerftocht komt hij weer in Nederland en belandt in de Shelter. Hier komt hij tot geloof.

‘Mijn leven is anders gelopen dan dat van de meeste mensen. Op mijn zestiende meldde ik mij bij de Luchtmacht, maar na twee jaar nam ik alweer ontslag. Omdat ik in die jaren had geleerd om mensen te doden, ben ik vervolgens twee jaar de verpleging in gegaan. Toen kreeg ik weer rust in mijn hoofd. Na die periode had ik nog steeds geen diploma en besloot ik om te gaan reizen.’

De reis begint

‘Eerst ben ik naar Noord-Afrika gegaan. Daar heb ik de moslimlanden bezocht. Ik heb tijdens mijn reizen veel gelift, maar vooral veel gelopen. Op blote voeten. Want schoenen zijn hartstikke duur. Ik liep van dorp naar dorp. Als de mensen mij vriendelijk onthaalden, boden ze mij vaak een slaapplek aan. Maar het gebeurde ook dat ik buiten moest slapen. In totaal heb ik negenhonderd nachten onder de sterrenhemel geslapen.

Als ik bij mensen in huis sliep, moest ik natuurlijk ook eten wat mij werd voorgeschoteld. Ik heb de gekste dingen gegeten. In India at ik haaienvlees. Ook heb ik eieren van schildpadden opgegraven. In de Sahara was ik aanwezig op een bruiloftsfeest. Op een gegeven moment werd er een geit geslacht en ik kreeg een schaaltje met de ogen van die geit. Ik had natuurlijk geen keus, dus stak ik het eerste oog in mijn mond. Tot mijn grote verrassing was het echt lekker! Ik heb het tweede oog met smaak opgegeten.

Ik besloot naar Israël te gaan. Via Italië reisde ik richting Libië om vervolgens door te trekken naar Israël. Maar op de dag dat ik op de grens van Libië stond, greep Kadaffi via een staatsgreep de macht en kon ik niet verder. Ik besloot door te reizen naar Marokko.

In Marokko brachten andere reizigers mij op het idee om naar India te gaan. Dit was aan het begin van de hippietijd en er waren ontzettend veel jongeren onderweg. Met lange haren liepen we rond en blowden onszelf helemaal suf. Veel van deze jongeren waren op zoek naar de zin van het leven. In India dachten we “het” te vinden.’

Op zoek

‘Ik kom uit een christelijk gezin. Dat wil zeggen: we gingen naar de kerk met een pepermuntje in de hand, maar het was geen levend geloof. Ik kende de Bijbelverhalen wel, maar ik had er niets mee. Mijn reis was eigenlijk een soort wegvluchten van de leegheid die ik ervaarde in Nederland, en tegelijkertijd mijn zoektocht naar de zin van het leven.

In India kwam ik in aanraking met een goeroe. Ik zei tegen die leraar: “Meester, ik ben op zoek naar de zin van het leven, hoe vind ik die?” De man zei dat ik naar een grot moest gaan en daar de tijd alleen moest doorbrengen. Daar heb ik een halfjaar gewoond. Alleen. Na zes maanden kwam ik naar beneden en zei: “Meester, ik heb het niet gevonden.” Ik besloot terug te gaan naar Nederland.’

Thuis

‘Na vier jaar stond ik op zondagmorgen weer voor het huis van mijn ouders. Mijn moeder was verbaasd en zei: “Wat zie jij eruit!?” Ze gaf mij nieuwe kleding en soep. Ondertussen luisterde mijn zusje naar al mijn verhalen. Door middel van brieven had ik mijn familie op de hoogte gehouden van al mijn reizen. Mijn ouders vonden dat zwerven en zoeken maar niks. Zij maakten zich vooral zorgen om mijn carrière en pensioen.

Op maandagmorgen werd ik door mijn moeder uit bed gehaald. Als ik bij hen wilde blijven wonen, moest ik kostgeld betalen en dus werk vinden. Na een dag door de stad gelopen te hebben had ik nog geen werk. Ik liftte terug naar huis en belandde bij een man in de auto die mij een baan als huisschilder aanbood. Ik ging een opleiding in Amsterdam volgen en ben schilder geworden. Dat heb ik volgehouden en uiteindelijk ben ik voor mijzelf begonnen als zelfstandig schilder.’

De Shelter

Terug in Nederland had ik de zin van het leven nog niet gevonden. Ik had een halfjaar in een rooms-katholiek  klooster gewoond, mij verdiept in de islam, het boeddhisme en het hindoeïsme. Maar het kwartje was niet gevallen.

In de periode dat ik de schildersopleiding in Amsterdam volgde, bleef ik geregeld een nacht in de stad. In de zomer sliep ik in het Vondelpark maar ’s winters was dat te koud. Ik sliep dan in de Shelter in de Barndesteeg. Daar ontmoette ik directeur Johan Frinsel. Op woensdagavond werden er bijbelstudies gehouden; mij werd gevraagd om hieraan mee te doen. Daar is toen het zaadje gaan groeien en uiteindelijk uitgegroeid tot het geloof in Jezus Christus.

Op mijn reizen ben ik diepgelovige hindoes, moslims en boeddhisten tegengekomen. Ik kon niet begrijpen dat die mensen naar de hel zouden gaan omdat ze nooit van het offer van Jezus hadden gehoord. In de Bijbel staat in Filippenzen 2 vers tien en elf de oplossing: Elke knie zal zich buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Christus Heer is. Toen zag ik hoe groot de liefde van God is.

Afgelopen zomer reisde ik op mijn solex door Nederland. Uiteraard heb ik ook de Shelter in de Barndesteeg bezocht. En nog is de sfeer hetzelfde. Er hangt nog steeds een zweetlucht, en het gesnurk herkende ik uit duizenden. Ook de medewerkers zijn nog even vriendelijk en liefdevol. Die liefde onderling, maar vooral de liefde van God is zo overweldigend. Die liefde ben ik nergens anders tegengekomen.’

Uit: De Oogst oktober 2017

Cookies helpen om u een betere gebruikerservaring te bieden. Door gebruik te maken van onze website, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. OK Meer informatie