Wanneer een wandelpad wordt aangelegd, het langs een afgrond loopt en er niet wordt gewaarschuwd tegen het gevaar, dan wordt degene die dat pad heeft aangelegd ervoor aansprakelijk gesteld als het misgaat. Het kan dus zeer kwalijk zijn om anderen niet te wijzen op een gevaar dat er werkelijk is.
Afgelopen januari bezocht ik een conferentie voor predikanten in Engeland. Een van de sprekers ging op een gegeven moment in op de vraag: ‘Waarom zijn de Engelsen ermee gestopt om naar de kerk te gaan?’ In het beantwoorden van die vraag haalde hij de historicus Michael Watts aan, die daar het volgende over geschreven heeft. In het Engeland van de negentiende eeuw gingen zeer veel mensen naar de kerk. Twee belangrijke factoren speelden daar een grote rol in: ten eerste het onderwijs dat de Anglicaanse Kerk gaf, ten tweede de evangelisatie die door de meer vrije kerken (in Engeland: ‘the nonconformists’) werd gedaan. De Anglicaanse Kerk heeft het fundament gelegd voor een opwekking door bij veel mannen en vrouwen, en in het bijzonder bij jongens en meisjes, het besef aan te wakkeren dat het heel belangrijk is om je aan een strikte morele norm te houden, en dat wanneer je afdwaalt van deze norm je gestraft zult worden met eeuwige verdoemenis. Degenen die probeerden zich aan deze norm te houden, kwamen erachter dat zij ‘gezondigd hadden en de heerlijkheid van God misten’. Daarna waren de ‘nonconformists’ of ‘evangelicals’ aan zet om erop te wijzen dat het mogelijk is niet naar de hel te gaan, door geloof in het offer dat Christus voor zondaren heeft gebracht aan het kruis van Golgotha.
Lees hier het hele artikel dat Oscar Lohuis in maartnummer van De Oogst schreef.