Wandelen
Eerst even langs Lelystad om Bram op te pikken. We hebben hem nodig want vandaag lopen we met 44 Urker vrouwen door de stad. Dat behap ik niet in mijn eentje en ook niet met z'n tweeën. We hebben Bram nodig als derde man. Bram is een rasechte Amsterdammer, hij spreekt de taal en hij kent de stad. Hoewel, hij ontdekt wel veel nieuwe dingen. 'Vroeger was ik altijd beneveld hè'. We arriveren op tijd in de binnenstad en vinden ook nog vrij snel een plekje om te parkeren. Het is prachtig weer. Als het zonnetje schijnt lijkt alles minder zwaar te wegen. We gaan eerst even langs het Jeugdhotel de Shelter. Daar zullen we later op de dag met z'n allen koffie drinken. Als we door de Brandewijnsteeg lopen zien we een oude vrouw leunend op een stok een hoge stoep afkomen. We spreken haar aan. 'Woont u al lang in deze buurt?' 'Ik heb m'n hele leven in Amsterdam gewoond'. Ze loopt met ons mee. Omdat ze me telkens vasthoud bied ik haar aan om me een arm te geven. Zo wandelen we gezellig samen richting de Nieuw Markt. Na een kort praatje nemen we afscheid. 'Gods zegen', zegt Bram. De vrouw reageert op z'n Amsterdams: 'Ik geloof ook, maar ik overdrijf het niet hoor'. Zo'n uitspraak maakt me altijd wat achterdochtig. Ik hoor er toch iets in van: 'ik maak er niet te veel werk van'. Overigens, hoe zou je eigenlijk over God kunnen overdrijven? Natuurlijk, je hebt fanatici, maar overdrijven over God doe je niet snel. Hoe zou je kunnen overdrijven over Zijn grootheid, Zijn goedheid, Zijn liefde, Zijn rechtvaardigheid? Dat lukt je nooit.
Vanuit de Shelter haasten we ons naar het Victoria Hotel. Daar, tegenover het Centraal Station zijn de vrouwen al aangekomen. De reis ging sneller dan gedacht. Het is een mooi gezelschap, de vrouwen van de Menorahkerk. Met zoveel gerokte dames zijn we zelf ook een bezienswaardigheid. Na een bezoekje aan het Begijnhof gaan we richting de Jodenbuurt. Maar eerst drinken we koffie in de Shelter. Aanpalend aan de Shelter bevindt zich ook het Scharlaken Koord, het werk onder prostituees. Deze afdeling van Tot Heil des Volks wordt geleid door plaatsgenoot Marijke Bakker. Gelukkig heeft ze tijd om ons bij te praten. Het kan in onze eigen taal. Ze brengt ons heel dicht bij de problemen van de vrouwen.
Wandelen door de Jodenbuurt is altijd indrukwekkend. Er zijn daar zoveel herinneringen aan het bruisende Joodse leven van voor de oorlog. Aan het eind van onze wandeling belanden we op het Waterlooplein. Daar slaat het Bram een beetje in zijn bol. Ik hoor hem roepen: 'Urk is de mooiste plek om te wonen'. Een paar kramen verderop antwoordt een koopman: 'maar dan mot je geen burgemeester zijn'. Soms lijkt Amsterdam wel een dorp. En Urk lijkt soms... nou ja, laten we het gezellig houden.
Krijn de Jong
Geplaatst onder de rubriek 'Tussen Urk en Amsterdam' in het Urkerland.


