Het was beslist een bijzonder moment. Zowel Bram als politiechef Roel de Graaf kwamen even niet uit hun woorden. Ze brachten het niet verder dan: 'oh' en 'ah' en 'tjonge jonge'. Het was meer dan tien jaar geleden dat ze elkaar voor het laatst zagen. In die tijd troffen ze elkaar regelmatig. Ietsie te regelmatig. Locatie: verhoorkamer politiebureau Lelystad. De Urker politiechef werkte daar toen als rechercheur. Bram woonde er.
Niet zo lang geleden zag De Graaf Bram op TV Flevoland. Bram vertelde daar over de grote verandering in zijn leven. Een tijdje later noemde ik Brams naam tijdens een kleine samenkomst. De politiechef die daar ook aanwezig was vroeg mij: 'Ken jij Bram?' 'Wat zou ik die graag nog eens zien'. Dat was te regelen.
Nu zijn ze weer samen op het bureau. Als makkers zitten ze naast elkaar oude verhalen op te halen. Veel mensen komen voorbij. Geen lichte gevallen. Veel blijken er al niet meer te leven. In het verslavingswereldje liggen leven en dood dicht bij elkaar. Ik mag luisteren. Mijn gedachten bewegen zich op tien denklijnen tegelijk. Ik kijk naar hun doen en laten. Luister naar de verhalen. Probeer me bij de namen iets voor te stellen. En wat waren nu sturende momenten in Bram's leven? Hoe kun je met zo'n beroerde achtergrond en zo'n enorm verslavingsverleden toch een vrij man worden? Wat is daar voor nodig? Wie is daar voor nodig? Bram is er heel duidelijk over. 'Zonder Jezus had ik het nooit gered'.
Het was die week al mijn tweede uitje met Bram. Een paar dagen eerder waren we samen met een groepje Urker jongeren naar Amsterdam geweest. Op verzoek van een diaken uit de Ark gingen we door de stad. 'Is het ook mogelijk dat er iemand meegaat die daar een verslavingsverleden heeft?', had de diaken me gevraagd. Bram wilde wel mee. Hij geeft regelmatig preventielessen. Zijn jeugd ligt in Amsterdam. Voordat hij als tienjarige naar het internaat verhuisde had hij er op verschillende locaties gewoond. Na zijn internaatstijd woonde hij er weer twintig jaar. Hij bouwde er een drugscarrière op. Als we bij de Korte Prinsengracht zijn vertelt Bram, 'kijk hier ben ik helemaal in mekaar geslagen en daar, onder dat viaduct, daar heb ik een motor in de fik gestoken. Het ging toen helemaal niet goed met mij.' Erg gek was dat niet. Hij groeide op in een omgeving vol van drank en overspel.
Nog even terug naar het bureau. Als er weer een paar namen genoemd worden, zegt de politiechef: 'Neem me niet kwalijk, maar dat noem ik toch hopeloze gevallen'. 'Ja, maar dat was ik ook', zegt Bram. Een gouden moment. Niemand is hopeloos. Vanwege die Ene. Als we samen weer naar huis rijden hoor ik mezelf fluiten: 'Geen and're pleitgrond hebben wij,/ Niets maakt naast Hem ons vrij;/ Het is genoeg, dat Jezus stierf,/ Ja, stierf voor u en mij!'
Krijn de Jong
Geplaatst onder de rubriek ' Van Urk en Amsterdam' in Het Urkerland.


